Bereiding

Week de gelatine in ruim koud water.

Smelt de boter in een pan en roer de bloem erdoor tot een roux. Laat dit mengsel op een zacht vuur enkele minuten garen terwijl je blijft roeren.

Voeg geleidelijk de bouillon toe en roer telkens goed tot de saus bindt. Meng daarna de fijngesneden reegoulash door de saus en laat het geheel al roerend ongeveer vijf minuten zachtjes doorkoken.

Haal de pan van het vuur en roer de uitgeknepen gelatine erdoor. Breng de ragout op smaak met peper en zout. Giet het mengsel in een diep bord dat met koud water is omgespoeld en laat het in de koelkast opstijven.

Klop het ei los met twee eetlepels water in een diep bord. Doe het paneermeel in een tweede bord.

Verdeel de opgesteven ragout in zes porties voor kroketten en vorm er met licht vochtige handen de gewenste vorm van. Haal ze eerst door het ei en daarna door het paneermeel. Herhaal dit nog een keer voor een stevige korst. Gebruik je paneermeel en panko, rol de kroketten dan eerst door het paneermeel en de tweede keer door de panko.

Laat de kroketten nog ongeveer twintig minuten rusten zodat ze stevig worden en licht kunnen drogen.

Verhit frituurolie tot 180 °C en bak de kroketten in ongeveer vijf minuten goudbruin en krokant. Laat ze uitlekken op keukenpapier.

Serveer de kroketten van ree op een bordje.

Ingrediënten

Voor ongeveer 6 kroketten

  • 1 blaadje gelatine (7 g)

  • 30 g boter

  • 30 g bloem

  • 2 dl groentebouillon

  • 350 g reegoulash

  • peper en zout

  • 1 ei

  • ± 7 eetlepels paneermeel of broodkruim (of 3 el paneermeel en 4 el panko)

  • frituurolie