Kerstcolumn – Thierry Baudet
Elk jaar met kerst maakte mijn vader vroeger haas klaar: gemarineerde bouten van de poelier. Het bereiden duurde al gauw een halve dag – een tijdspanne waarin het hele huis begon te geuren naar aarde en wijn, naar potloodslijpsel en kaneel, naar peper en saffraan – en wanneer dan eindelijk het moment gekomen was om de bouten op te dienen waarschuwde mijn vader op overdreven ernstige toon: ‘pas op, er kunnen kogeltjes in zitten!’
Je at extra voorzichtig, extra aandachtig – niet alleen vanwege die kogeltjes, maar ook omdat het zo lang had gestaan en omdat je wist: dit is een wild beest dat echt geleefd heeft, dat door het bos heeft gerend en geschoten is. De maaltijd was een offer, de dagelijkse dingen verdwenen naar de achtergrond: we deelden gezamenlijk in iets hogers.
Dat gevoel leeft ook sterk onder jagers in het veld. Ik heb het laatst mogen ervaren toen ik meeliep met een hazenjacht in Noord-Groningen. We dronken eerst koffie en aten kruidkoek die de vrouw van de oudste jager, Eelke de Jong, de avond ervoor had gebakken. Daarna gingen we met zijn tienen op pad. We splitsten ons op in drijvers en schutters, waadden door slootjes, verstopten ons achter struiken, lieten de honden het geschoten wild apporteren. Tussen de middag gingen we terug naar de schuur van De Jong voor een bord erwtensoep.
Heel de dag voelde ik me onderdeel van de natuur – de omgeving was een ‘beleefde ruimte’ geworden, geen louter aanschouwd toneel, en ook zeker niet volledig aan onze macht onderworpen – integendeel, de jager kan niets afdwingen maar moet in samenspel met de elementen opereren. Daarnaast drong de gedachte zich aan me op dat dit groepje jagers bij uitstek een little platoon vormde – een gemeenschap die volgens Edmund Burke de basis vormt van een vrije samenleving (omdat de civil society eruit voortkomt). Mensen komen niet bijeen om zomaar bijeen te komen, en wanneer ze louter bijeen komen ter bevrediging van een bepaalde behoefte (bijvoorbeeld honger) ontstaat geen sociaal vlechtwerk maar een zakelijke transactie (met alle wantrouw en concurrentie van dien). Juist door die complexe samenloop van nut en plezier, van macht en onmacht, van hoogmoed en nederigheid, leidt jagen tot de vorming van tradities en diepe verbanden – en ik realiseerde me dat dit bij ons thuis vroeger ook gebeurde wanneer de haas werd opgediend en die typerende devotie over ons neerdaalde.
Elk jaar met kerst maakte mijn vader vroeger haas klaar: gemarineerde bouten van de poelier. Het bereiden duurde al gauw een halve dag – een tijdspanne waarin het hele huis begon te geuren naar aarde en wijn, naar potloodslijpsel en kaneel, naar peper en saffraan – en wanneer dan eindelijk het moment gekomen was om de bouten op te dienen waarschuwde mijn vader op overdreven ernstige toon: ‘pas op, er kunnen kogeltjes in zitten!’
Je at extra voorzichtig, extra aandachtig – niet alleen vanwege die kogeltjes, maar ook omdat het zo lang had gestaan en omdat je wist: dit is een wild beest dat echt geleefd heeft, dat door het bos heeft gerend en geschoten is. De maaltijd was een offer, de dagelijkse dingen verdwenen naar de achtergrond: we deelden gezamenlijk in iets hogers.
Dat gevoel leeft ook sterk onder jagers in het veld. Ik heb het laatst mogen ervaren toen ik meeliep met een hazenjacht in Noord-Groningen. We dronken eerst koffie en aten kruidkoek die de vrouw van de oudste jager, Eelke de Jong, de avond ervoor had gebakken. Daarna gingen we met zijn tienen op pad. We splitsten ons op in drijvers en schutters, waadden door slootjes, verstopten ons achter struiken, lieten de honden het geschoten wild apporteren. Tussen de middag gingen we terug naar de schuur van De Jong voor een bord erwtensoep.
Heel de dag voelde ik me onderdeel van de natuur – de omgeving was een ‘beleefde ruimte’ geworden, geen louter aanschouwd toneel, en ook zeker niet volledig aan onze macht onderworpen – integendeel, de jager kan niets afdwingen maar moet in samenspel met de elementen opereren. Daarnaast drong de gedachte zich aan me op dat dit groepje jagers bij uitstek een little platoon vormde – een gemeenschap die volgens Edmund Burke de basis vormt van een vrije samenleving (omdat de civil society eruit voortkomt). Mensen komen niet bijeen om zomaar bijeen te komen, en wanneer ze louter bijeen komen ter bevrediging van een bepaalde behoefte (bijvoorbeeld honger) ontstaat geen sociaal vlechtwerk maar een zakelijke transactie (met alle wantrouw en concurrentie van dien). Juist door die complexe samenloop van nut en plezier, van macht en onmacht, van hoogmoed en nederigheid, leidt jagen tot de vorming van tradities en diepe verbanden – en ik realiseerde me dat dit bij ons thuis vroeger ook gebeurde wanneer de haas werd opgediend en die typerende devotie over ons neerdaalde.
Publicatierechten – Thierry Baudet
Thierry Baudet is dokter in de Rechten en columnist bij het prestigieuze NRC Handelsblad.