Jachtherinneringen
We onderscheiden hier volgende jachtherinneringen:
Gewei
Het gewei is de trofee bij Rood en Dam- en Reewild.
Zoals we weten is het gewei het product van het skelet,wordt elk jaar afgeworpen en groeit elk jaar weer aan. Het gewei bestaat uit vertakkingen, elk (bijna) met een aparte naam, zie Edelhert. De grootte van het gewei, het aantal enden, geeft niet de minste aanduiding over de leeftijd, maar is eerder afhankelijk van de gezondheidstoestand en de leefomgeving van het dier.
Bijgaande de CIC berekening van de trofee van Edelhert en Ree.
Wapens
De hoektanden (boven en onder) van de keiler. Deze blijven groeien en dus is de lengte wel een indicatie van leeftijd.
Bijgaande de CIC berekening van de trofee van Sus Scrofa.
Slakken
De Slakken of hoorns zijn de jachtherrinering bij de Moeflon. Horens zijn blijvende huidaanhangsels die permanent doorgroeien rond een beenachtige spil aan de schedel. Het grootste deel van een horen is dus hol en bestaat uit keratine. Bij de moeflonram groeien de horens of slakken boogvormig. Vooral de eerste drie levensjaren is die groei opvallend. Daarna gaat het wat trager tot de slakken op ongeveer zevenjarige leeftijd een +/- negentig centimeter lange gesloten cirkel lijken te vormen. Omdat de hoorgroei stilvalt gedurende de winterperiode ontstaat er een soort jaarringen die nauwkeurig de leeftijd aanduiden.
Bijgaande de CIC berekening van de trofee van de Moeflon ram.
Krulveren
Bij de eend zijn de krulveren van de Woerd de jachtrofee.
Deze veertjes en ook de Krulveren worden soms als Jachtbreuk aan de linker kant van de hoed gedragen. Deze Jagersbreuk wordt “feestbreuk” genaamd of “beroepsbreuk” en wordt gedragen ter gelegenheid van jachtmanifestaties maar eveneens ter gelegenheid van de uitvaart van een vriend jager.
Trofee Berekeningen
Om de grootte en de belangrijkheid van een trofee te kunnen vergelijken werd door de uniforme berekeningsmethode uitgedokterd.
Reeds eind 19e eeuw was er met het boek “Records of Big Game” een eerste aanzet om de waarde van trofeeën te bepalen. Vooral op basis van de mathematische formules van de ”Boone and Crocket Club” uit Noord America werd gedurende verschillende conventies verder gewerkt met de “Madrid Formula” als resultaat. Het duurde echter tot eind 1977 tot er een finale methode qua berekening ontwikkeld werd.
Het CIC (International Council for Game and Wildlife Conservation – Conseil International de la Chasse et de la Conservation du Gibier), is het internationale orgaan dat de gelijke berekening wereldwijd controleert.
De berekening baseert zich op een aantal indicaties zoals
- Metingen: Metingen: Dit zijn vooral de meetbare (kwantiatieve) elementen zoals: totale lengte van het gewei, oogend en wolfend (Edelhert), omtrek van der rozen, gewicht van het gewei (berekend door onderdompeling in water), aantal enden
- Kwaliteit: De kwaliteit van een trofee wordt nagekeken qua: kleur (donkerder is beter), parels, vorm van de enden
- Min-punten: Eventuele minpunten spelen ook een rol: onregelmatigheid van het gewei (oneven endes), ongelijke vorm van de enden, …
hierbij de CIC berekeningsmethode van de meest voorkomende soorten:
Verder is er ook nog een medaille systeem voor de verschillende trofeeën:
|
Game/medal
|
bronze
|
silver
|
gold
|
| Red deer |
170
|
190
|
210
|
| Wild boar |
110
|
115
|
120
|
| Roe deer |
105
|
115
|
130
|
| Fallow deer |
160
|
170
|
180
|
| Mouflon |
185
|
195
|
205
|